Een schoone historie van Margarieten van Limborch ende van Heyndric, haren broeder is een amplificerende, creatieve, frivole, geïnspireerde, (soms) gewaagde, humoristische, openhartige, vrije en vrijmoedige bewerking in proza van de vroeg-veertiende-eeuwse, oorspronkelijk Middelnederlandse versroman Heinric ende Margriete van Limborch. Gelet op zijn taal was de bewerker een Vlaming. Onbekend is wie hij was, waarom, waarvoor, wanneer en voor wie hij deze bewerking schreef. Het is heel goed mogelijk dat zijn bewerking in eerste instantie voor het toneel bedoeld was, want het begin van de roman leest als een toneelstuk, en ook bevat de roman verhoudingsgewijs heel veel directe rede en dialogen. De bewerker was een ervaren auteur, die volzinnen schreef met een rijke woordenschat. Mogelijk heeft hij zich bij laten staan door één of twee collega rederijkers voor de lyrische passages verderop in de roman, waarin een ander vocabulaire gebezigd wordt. Maar zeker lijkt dat de bewerker gek was op grote gezelschappen, verkleedpartijen, mommerieën (toneelstukjes), optochten, banketten, goede sier maken, pracht en praal, en dat alles "na sijnder weerde" en elk "na sinen state". Zinvol geweld komt regelmatig aan de orde, maar speelt een ondergeschikte rol. Het gaat toch vooral over de kracht en de macht van de liefde, die landsgrenzen en religieuze grenzen (eenzijdig) overschrijdt. Behalve als stad en land verdedigd moeten worden tegen de Sarasinen, die toch vooral uit zijn op mooie christen vrouwen, is het alle dagen feest in Constantinopel, waar het tweede deel van de roman zich afspeelt. Het kan haast niet anders of de bedenker van de slagzin: 'Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet', heeft zijn inspiratie opgedaan tijdens het lezen van deze roman, die tot in de vroege negentiende eeuw licht bekort en ietwat gekuist herdrukt en gelezen werd.

Margrieta van Limborch, Willem Vorsterman, Antwerpen 1516, fol. b3 verso.
Read more of this post
No comments:
Post a Comment