Leiden heeft sinds kort vijf 'nieuwe' beschermde gemeentelijke monumenten. Een ensemble van drie panden ontworpen door architect Buurman, een voormalig pakhuis met autostalling en een woonhuis van de hand van architect Jesse zijn toegevoegd aan het plaatselijke Erfgoedregister.
De monumenten met architectuurhistorische - en cultuurhistorische waarde zijn voor Leiden van belang. Door het onderzoek bij de aanwijzingsprocedure is nu meer bekend over de geschiedenis, bewoners én bedrijven die er gevestigd waren.
Ensemble Buurman
Het kantoor en woonhuis van architect Bernard Buurman (1883-1951) aan de Cronesteinkade 18 en de twee huizen ernaast, Cronesteinkade 16 en Roodenburgerstraat 2 vormen een onaangetaste eenheid.
Buurman werkte in eerste instantie met collega W.C. Mulder op het Rapenburg en vestigde zich later, in 1924, aan de Cronesteinkade. Het ontwerp van het ensemble kenmerkt zich door de functionele opzet en rationeel gebruik van decoratieve elementen. Het Joodse weeshuis, ook door Buurman ontworpen, staat tegenover zijn voormalige woonhuis.
Niet alleen het exterieur, ook het interieur van Cronesteinkade 18 is nog vrij gaaf met bijzondere tegellambrisering met art-decomotieven. De trap met balustrade, binnendeuren met blanken teakpanelen, stuc-op-rietplafonds met getrapte perklijst en een liggend raam met glas-in-lood van de Rotterdamse glaskunstenaar E. Warffemius (1885-1969).
Meer details staan in het Erfgoedregister: Cronesteinkade 16 Cronesteinkade 18 Roodenburgburgerstraat 2
Rijnsburgerweg 83
In de architectuur van de woning aan de Rijnsburgerweg zijn invloeden van art nouveau en rationalisme te zien. Het ontwerp uit 1900 is van de Leidse architect Hendrik Johannes Jesse. Het huis heeft bijzondere details; groen geglazuurde bakstenen elementen, een erker met art nouveau balkonhek en een betimmerde geveltop.
Aan de achtergevel bevindt zich een met gesneden houtwerk verrijkte loggia boven een eenvoudige serre. In het interieur vallen de marmeren vloertegels en lambriseringen in de vestibule en gang op. De vele paneeldeuren worden afgewisseld met deuren met geëtst glas. De voorkamer bezit nog een beschilderd art nouveau plafond met lijstwerk.
Meer over dit beschermde monument in het Erfgoedregister.
Nieuwstraat 33
Het pand in de Nieuwstraat is een zichtbare verwijzing naar de Leidse nijverheid en het industriële verleden. Het geeft een beeld van de bedrijfsgeschiedenis van de straat.
Het 'nieuwe' monument bestaat uit twee delen, met rechts een oorspronkelijk pakhuis en links daarvan een voormalige autostalling. Het pakhuis werd voor de textielindustrie gebruikt in de 17e eeuw door een lakenverkoper en verver. Later door een koperslager en het was zelfs onderdeel van een brouwerij. Door de eeuwen heen was er een ambachtelijk bedrijf gevestigd.
Met de opkomende modernisering van de stad en de introductie van nieuwe vervoermiddelen opende de toenmalige eigenaar er in 1923 een autostalling. In het jaar erop bouwde hij op het naastgelegen perceel een garage met stallingsplaatsen. De voormalige garage is een sober ontwerp van de Leidse architect Jesse.
Het pakhuis valt op door de afgeknotte topgevel. Recent gepleisterd met schijnvoegen. De gevelopeningen, de vensters op verdieping en toegang begane grond dateren uit 1883. Het vensterluik, de gevelopeningen aan weerszijden van de toegang begane grond zijn uit 1904.
Ga voor meer over de geschiedenis van het gebouw via deze link naar het Erfgoedregister.
Foto: Cronesteinkade 18, onderdeel van het ensemble ontworpen door architect Buurman.
No comments:
Post a Comment