A medieval laptop computer. DALL-E.
Zo lang ik me kan herinneren kijken taalkundigen en letterkundigen nu eens met argwaan, dan weer met meewarigheid naar de ontwikkelingen in automatische vertaling en AI. Ja, natuurlijk kunnen ingenieuze stukjes software sommige zinnen redelijk omzetten in een andere taal, maar er moet wel een menselijke vertaler vaderlijk met de rode pen doorheen om het goed te trekken, en een literaire tekst schrijven, ho maar. Dat is nu een beetje aan het kantelen, met de griezelig levensechte teksten van ChatGPT, een krukkige naam voor een robot, die in een paar seconden tijd teksten fabriceert die je niet kunt onderscheiden van een gemiddeld opstel van laat ons zeggen een veertienjarige. Soms zelfs beter. Abonnees van dit elektronische tijdschrift hebben daar al een paar krachtige staaltjes van kunnen lezen.
Dat alles deed me denken aan een prachtig boek van Joop van der Horst dat volgend jaar z'n vijftiende verjaardag viert: Het einde van de standaardtaal (Meulenhoff). Dat boek doet een interessante vaststelling. Europa is in de Moderne Tijd doordrongen geraakt van de renaissance – een culturele beweging die een cocktail biedt van tekstfetisjisme, humanisme, taalzuivering. Van der Horst laat zien dat allerlei ogenschijnlijk nogal verschillende ontdekkingen, uitvindingen, benaderingen, literaire trends samenhangen: alfabetisch ordenen en de leesbril aan de ene kant, de grammofoonplaan, het gebruik van grafieken in teksten en code-switching aan de andere kant. En hij laat zien dat sinds eind negentiende eeuw de renaissance aan het aflopen is. Met name dat laatste is een interessante observatie, en ik denk dat de fascinatie van ChatGTP een ondersteunend argument is.
Straffen
Want wat doet ChatGTP? Die neemt een enorme collectie bestaande teksten in het vizier, de gouden standaard van de menselijke traditie, en distilleert daar een nieuwe tekst uit. Het doel van die nieuwe tekst is niet dat die origineel is, maar vooral dat die niet te onderscheiden is van de traditie. De zogenaamde Turingtest. Dat is niet zo verschillend met wat een middeleeuwer verwachtte als hij een tekst te zien, of waarschijnlijker: te horen kreeg. Die moest vooral niet te veel afwijken van de traditie: Aristoteles, Augustinus, Aquinus, Apostelen (4), Albertus Magnus, Avicenna. Dat soort types. Een goede tekst is een herkenbare tekst, die aansluit bij het gevestigde corpus van eerbiedwaardige teksten.
De Middeleeuwen zijn terug. Naast een toenemend aantal tolwegen, de opstoot van islamitisch geweld, de toename in het geloof in sterrenwichelarij en de helende kracht van edelstenen, bouwprojecten die lopen over verschillende generaties (de renovaties van het Rijksmuseum of het Brusselse justitiepaleis), kindheiligen (Greta Thunberg, de hedendaagse Catharina van Siena), voorleescultuur (audioboeken), de afnemende kennis van het Grieks (dat was ook zo in de Middeleeuwen: "Graecum est, non legitur"), zijn er nog krassere parellellen: In 2019 opperde de beeldhouwer Antony Gormley dat het standbeeld van Cecil Rhodes in Oxford, een Britse koloniale mijnmagnaat met een bezoedeld verleden, in het Oxfordse Oriel College omgekeerd zou moeten worden met het gezicht naar de muur als "uiting zijn van de erkenning van collectieve schaamte". Er valt een rechtstreekse parallel te trekken met het gebruik in de middeleeuwen om bij misoogst het beeld van de verantwoordelijke heilige te straffen: gezicht naar de muur. In 2020 werd in Zuid-Afrika een pilaarheilige gespot. Middeleeuwser wordt het niet. En nu dus ChatGTP: met verstomming gapen naar een middeleeuwse tekstgehaktmolen.
No comments:
Post a Comment