De Trekvogel in Almere is niet meer. Ben te Raa analyseert namens erfgoedvereniging Heemschut de gebeurtenissen en beschrijft de waarde van het gebouw. Eigenaar Flevo-landschap zou De Trekvogel hebben laten verpauperen en de aangekondigde nieuwbouw hebben gepresenteerd als enige en ideale oplossing.
Om kaalslag te voorkomen heeft Heemschut Almere al in juni 2021 gevraagd De Trekvogel, het oudste gebouw ter plaatse, tot gemeentelijk monument te verklaren. Maart vorig jaar is die aanvraag afgewezen. Volgens de erfgoedvereniging heeft de lokale overheid zich echter te gemakkelijk voor het karretje van de eigenaar laten spannen.
"De staat waarin De Trekvogel verkeerde is niet door externe partijen onderzocht. Flevo-landschap heeft dat evenmin gedaan nadat later van onze kant hierop in een gesprek is aangedrongen".
De afwijzing door het college van burgemeester en wethouders van Almere is gebaseerd op advies van de Commissie Welstand en Erfgoed. Die nam de veronderstelde, slechte bouwkundige staat van het gebouw als uitgangspunt voor haar afwijzende advies.
Pijnlijk
Pijnlijk is volgens Te Raa dat de gemeenteraad van Almere al die tijd met geen woord over de Trekvogel heeft gesproken. Pas op het allerlaatste moment, toen de sloop al was begonnen, is het onderwerp aan de orde geweest.
Te Raa: "Ook op provinciaal niveau is niets ondernomen, niet door Gedeputeerde Staten, niet door Provinciale Staten. Het belang van erfgoed is, behalve met betrekking tot de succesnummers Urk en Schokland, op provinciaal niveau niet aanwezig. Men vindt het een zaak van de gemeenten. Erfgoed moet ook niet in de weg staan. Veelzeggend is dat D66, acht jaar leverancier van de gedeputeerde voor erfgoed, net als sommige andere partijen, de provinciale verkiezingen van 2023 is ingegaan met een programma waarin het woord erfgoed niet voorkomt".
Njet
Platform Behoud de Trekvogel heeft nog een aantal acties ondernomen, onder andere richting Flevo-landschap maar dat zei volgens Te Raa telkens 'njet', 'als ze al wilden reageren'.
Te Raa: "Het platform heeft ook bemiddeld bij Stadsherstel Amsterdam, dat Flevo-landschap heeft aangeboden het gebouw over te nemen. Ook dat stuitte op een ongemotiveerd nee".
Bij het rijk is door Behoud de Trekvogel een aanvraag gedaan voor toekenning van de status van rijksmonument. Die is afgewezen. Een hernieuwde aanvraag bij de gemeente voor de status van gemeentelijk monument haalde het evenmin.
Bouwkundige inspecties
Het platform heeft tijdens de sloop in de vroege ochtenduren nog bouwkundige inspecties uitgevoerd om de claim van Flevo-landschap over de bouwkundige staat te controleren. Want die klopt volgens Te Raa niet. Het mocht niet baten.
"Flevo-landschap draait op semi-belastinggeld", beklemtoont de Heemschutter, "en heeft als taak kwetsbare natuur te beschermen. Maar ten aanzien van De Trekvogel heeft de organisatie zich als nietsontziende en keiharde projectontwikkelaar opgesteld. Haar blazoen zal nog lang zijn besmet".
Op de website van het Platform Behoud De Trekvogel zijn naar aanleiding van de sloop serieuze maar woedende reacties te lezen. Ook schaamte wordt geuit.
Te Raa: "In het Flevolandse mag dan flink ontwikkeld worden maar de ontwikkeling van innerlijke beschaving op het nieuwe land blijft achter".
Nationale aangelegenheid
De geschiedenis van De Trekvogel gaat terug tot de aanleg van de ringdijk van Zuidelijk Flevoland die begint in het jaar 1959. Aan het Oostvaardersdiep krijgt de ringdijk een verbreding voor een gemaal en een werkhaven.
De locatie staat nu vooral bekend als De Blocq van Kuffeler. Destijds werd de locatie Oostvaardersdiep genoemd. Het diep zelf wordt dan nog beschouwd als een nieuw scheepvaartkanaal tussen Amsterdam en het noorden van Nederland.
De aanleg van Zuidelijk Flevoland was een nationale aangelegenheid. Uit heel Nederland kwamen arbeiders om aan de dijk, het gemaal en de werkhaven te werken. Op het Oostvaardersdiep arriveerden per schip gedurende enkele jaren op maandagochtend 10.00 uur wekelijks drie- tot vierhonderd werkers: vletschippers, peilers, stortbazen, steen-, beton- en klinkerzetters, straatmakers, rijswerkers, asfaltwerkers, grondwerkers, afmakers en uitzetters. De arbeiders vertrokken op vrijdag om 16.00 uur na een werkweek van 55 uur, later 51 uur. Ze overnachtten op werk- en vaartuigen, in keten of woonarken. Sommigen waren gehuisvest in naburige kustplaatsen. Vanaf 1960 was ook sprake van overnachting in 'een van rijkswege gebouwd barakkenkamp'.
Ketelhaven
Behalve die met Nederland is er de Flevolandse relatie met de Ketelhaven, die geldt als vergelijkbare maar iets oudere pionierlocatie in Oostelijk Flevoland. Ook de Ketelhaven had een 'kantine'.
Maar de eerste versie was een slecht functionerend optrekje dat al snel werd vervangen door een nieuw kantinegebouw. Men wilde dit, na afloop van werkzaamheden in de haven, in 1962 verhuizen naar 'de bouwput aan het Oostvaardersdiep'.
Bij nader onderzoek bleek het tweede kantinegebouw van Ketelhaven een bouwval. Het is in september 1962 gesloten en anderhalf jaar later afgebroken.
Serieus werk
De Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer maakten van de nieuw te bouwen kantine op De Blocq van Kuffeler serieus werk. Het complex kreeg slaapkamers voor rijkspersoneel, horeca met toneelpodium en een beheerderswoning.
De exploitant van de kantine, het echtpaar Schinkel, verhuisde van de Ketelhaven naar De Blocq van Kuffeler, dat op 1 mei 1964 is opgeleverd. Het driemaandelijks bericht over de Zuiderzeewerken meldt: "Ter gelegenheid van de opening van de kantine aan het Oostvaardersdiep traden aldaar De Ghesellen van den Spele op met een Specialiteitenprogramma".
Bedieningshuisje
De provincie Flevoland heeft in de Ketelhaven een bedieningshuisje laten slopen. In weerwil van een waardestellend advies en in weerwil van een unanieme motie van de gemeenteraad van Dronten daartegen.
In weerwil ook, aldus Te Raa, van het feit dat het huisje onderdeel uitmaakte van het ensemble erfgoed van Ketelhaven. Ketelhaven en de Blocq van Kuffeler liggen niet zo ver van elkaar.
De Trekvogel was onderdeel van een erfgoed-ensemble. De aanwezige dubbele dijklichamen vertellen het verhaal over de wisseling van aanlegvolgorde van Markerwaard en Zuidelijk Flevoland.
Gemaal de Blocq van Kuffeler is een rijksmonument en de woningen met hun atoomschuilkelders vertellen een eigen verhaal. Te Raa: "Het is een fraaie locatie, ingeklemd tussen drie Natura 2000 gebieden en verrijkt door erfgoed. Met de sloop van De Trekvogel ontbreekt de bepalende schakel in het ensemble".
No comments:
Post a Comment