Waarom Matthijs De Ridders biografie van Paul van Ostaijen zo goed is
Waar de aandacht voor letterkunde taant, en waar er in het Nederlands nauwelijks nog boeken verschijnen over literatuur, bloeit de schrijversbiografie. Over de het werk van schrijvers willen de mensen – in ieder geval volgens de uitgevers – niet meer lezen, maar hun levens! Ja, daar wordt kennelijk van gesmuld.
Wie als schrijver voort wil leven kan zijn tijd beter besteden aan een tumultueus leven dan aan interessant werk.
Maar een enkele keer verschijnt er in dit genre toch een echte parel. Het boek Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen van Matthijs De Ridder is er zo een. Ik heb het ademloos verslonden.
Social climbers
Dat ligt in de eerste plaats aan Paul van Ostaijen die van jongsaf aan enorm intensief leefde en die vooral ook heel serieus was over zijn werk. Hij leefde voor zijn kunst, maar hij deed dat uit alle macht. Ja, hij was ook een groot liefhebber van het nachtleven van Antwerpen, maar ook dat stond in dienst van de grote zoektocht naar de poëzie die Van Ostaijens leven was. Toen hij dood ging, deed hij dat discreet – het paste niet in het grote verhaal van die zoektocht.
Een beetje cynisch kun je zeggen dat zijn heel vroege dood – als 32-jarige, aan tbc – ook hielp. Als Van Ostaijen 80 was geworden en ieder jaar had net zo uitvoerig gedocumenteerd moeten worden, dan had het een biografie in meerdere delen moeten worden en dat was dan niet meer te overzien. Terwijl juist het breed uitwaaierende beeld dat De Ridder nu kan schetsen van Van Ostaijen en zijn artistieke en politieke omgeving Paul van Ostaijen een boek maakt om van te smullen.
Want dat dit boek zo'n succes is, ligt voor een belangrijk deel ook aan de biograaf. Zijn boek is heel slim en elegant opgebouwd, en daardoor zelf een literair kunstwerk. Het verhaal zit strak in elkaar – er wordt heel veel verteld, maar niets wat niet ter zake doet. Van Ostaijens dood wordt bijvoorbeeld heel terloops een paar keer aangekondigd. Als scholier verloor hij een broer en een zus aan de ziekte, en heel mooi maakt De Ridder duidelijk hoe er over de ziekte van die twee in de familie gezwegen werd – ziekte was iets om je voor te schamen, en ziekte een armeluisziekte als tuberculosewas niks voor een familie van social climbers. Als Van Ostaijen later zelf weleens ziek is, stopt hij dat ook altijd weg, en dat doet hij ook als hij zelf gediagnosticeerd wordt met de gevreesde ziekte en uiteindelijk nauwelijks nog werken kan. Alleen de intimi zijn op de hoogte van zijn ziekte, en uiteindelijk weet zelfs alleen broer Stan echt hoe erg het is.
Autonomie
Wat ook heel prettig is aan Paul van Ostaijen is hoe de man zowel politiek als artistiek wordt geplaatst in zijn tijd. Je leert van alles over de geschiedenis van Antwerpen in de eerste drie decennia van de twintigste eeuw, de strijd voor het Vlaams, de Duitse bezetting, de opkomst van een intellectuele jeugd die het op de veel te Franse, veel te katholieke, veel te stijve school niet redt en op zoek gaat naar een eigen richting. Precies omdat Van Ostaijen zelf weliswaar geen echte netwerker was – ook zijn vruchteloze pogingen een succesvol kunsthandelaar te worden doet De Ridder in detail uit de doeken – maar wel middenin al dit soort bewegingen stond, krijg je via hem een prachtige uitsnede van het leven van honderd jaar geleden.
De Ridder beschrijft Van Ostaijens leven als een innerlijke strijd die van alles te maken had met de buitenwereld. Een strijd tussen het flamingantisme en internationalisme, een strijd tussen politiek en poëzie, een strijd om de autonomie van de kunst en van de kunstenaar, een strijd tussen theoretische opvattingen en concrete poëzie.
Waarde
Wat ik vooral uit De Ridders boek heb geleerd is hoe serieus Van Ostaijen was in zijn zoektocht naar de essentie van de kunst. Die ernst kwam uiteindelijk uit op de lichtheid van 'Marc groet 's morgens de dingen', maar ook daarvan was de inzet volkomen serieus. Van Ostaijen deed nooit zomaar wat. Door de mensen die er achteraf toe deden – zoals Oscar Jespers, Eddy du Perron of Gaston Burssens – werd dat ook gezien, al was natuurlijk de kunstwereld (ook dat tekent De Ridder haarscherp) ondertussen natuurlijk vergeven door allerlei derderangsfiguren die ook een plaatsje in de schijnwerpers opeisten.
De man komt zo naar voren, en de tijd waarin hij leefde, maar uiteindelijk vooral ook zijn werk: de ontwikkeling die erin zit, de reden waarom ieder werk geschreven moest worden op het moment waarop het geschreven moest worden, de blijvende waarde ervan.
Van Ostaijen had een boeiend leven omdat hij het in dienst stelde van zijn vernieuwende werk. Hij heeft honderd jaar na dato de biograaf gekregen die hij verdiende.
Matthijs De Ridder. Paul van Ostaijen. De dichter die de wereld wilde veranderen. Kalmthout: Pelckmans en Amsterdam: Querido Facto, 2023. Bestelinformatie bij de uitgever.
No comments:
Post a Comment