Vandaag, precies op 1 augustus 2024, is het 350 jaar geleden dat er talloze meldingen waren van gehele of gedeeltelijke verwoesting van kerktorens. De stad Utrecht wordt het zwaarst getroffen. Hier verloor De Dom het middenschip. Wie gaat zoeken naar informatie op internet komt onder meer onder de term 'schrickelik tempeest' een ongelofelijke hoeveelheid websites tegen met informatie over de geweldige zomerstorm die Europa (Frankrijk, België, Nederland en Duitsland) trof op 1 augustus 1674.

Tekening in Oostindische inkt van de kerk 'op het Kerkveld' gezien vanuit het zuiden. Onbekende tekenaar. Situatie omstreeks 1730.
Tornado
Op de avond van 1 augustus 1674 veranderde een tornado onze regio in een kwartier tijd in een ongelofelijke puinhoop. De storm trok over een groot deel van Europa en richtte enorme schade aan. Daken werden afgerukt, torenspitsen knakten als luciferhoutjes, gevels werden neergesmeten en bomen werden met wortel en tak uitgerukt. Ook in Jutphaas was het raak. Op het Kerkveld in Jutphaas vernielde de storm de circa 40 meter hoge torenspits van de 12de eeuwse oude Nicolaaskerk. Die is nooit meer opgebouwd; er kwam een kort torentje voor in de plaats.
Naast de kerktoren van Jutphaas sneuvelde ook de kerktorens van Vleuten, Bunnik, Houten en IJsselstein. Er zijn talloze meldingen met gehele of gedeeltelijke verwoesting van kerktorens. De stad Utrecht wordt het zwaarst getroffen. Tussen zeven en half acht 's avonds is de storm op haar hevigst.
De oudste krant van ons land, de "Oprechte Haerlemse Courant" bracht het nieuws over de storm al op 2 augustus 1674:
"Uytrecht den 2 Augusti. Gisteren avont ten half achten ontstont hier een schrickelick onweer, dat tot half negen toe duurde; doch het slimste was gedaen in een quartier-uurs: den hemel stont gedurigh in licht en vlam, en 't was schrickelick den donder en vreesselycke winden te hooren, dat verselt wierdt met het nederstorten van schoorsteenen, daecken, gevels ende toornen, dat ieder een ongemeene verbaestheyt aenbracht, en dat heeft veele van een aertbevingh doen spreecken: de kerck van den Dom tot het choor toe lagh met pylaren en al ten half achten al onder de voet als een puynhoop, sonder dat de Domtoorn eenigsints beschadigt is [...]"
Uit de meteorologische reconstructie blijkt dat op die bewuste avond van de 1e augustus 1674 een gebied met uitzonderlijk zware onweersbuien met een enorme snelheid van 70 tot 80 km/uur van zuid naar noord over het land trok. Minstens twee buiencomplexen gingen vergezeld van zware windhozen, een complex dat over Amsterdam noordwaarts trok en een complex dwars over de Utrechtse binnenstad. Het spoor van de hoos moet ongeveer langs de Oude Gracht in Utrecht hebben gelopen.
De kerk op het Kerkveld
Veel wijst er op dat er aanwijzingen zijn dat er op het Kerkveld in Jutphaas al omstreeks het jaar 900 een kerk heeft gestaan. Het zal wel een houten gebouwtje zijn geweest, misschien met een stenen fundering. Bij de kerk, op een vloedvrij terrein, stond wellicht de woning van de geestelijke. Het kerkje was waarschijnlijk toegewijd aan St. Martinus, de patroon van de Utrechtse moederkerk waartoe ook de parochie van Jutphaas behoorde. Het kerkje zou in de tiende eeuw door de Noormannen zijn verwoest. Zo kreeg de Jutphase gemeenschap in de elfde eeuw een nieuw, stenen kerkgebouw. Waarschijnlijk is die kerk gebouwd tussen 1024 en 1052, toen Bernulphus bisschop van Utrecht was. Op de plek van de kerk zijn namelijk strooipenningen gevonden van deze bisschop, die de kerk zou hebben ingewijd. De kerkpatroon van Jutphaas was vanaf de elfde eeuw de H. Nicolaas.
Het kerkgebouw was 68 voet lang en 26 voet breed (= 20,7 x 7,9 meter-red.) De oostelijke koorwand was niet uitgebouwd, maar het altaar stond tegen de vlakgehouden muur. Daarin bevond zich een rondboogvenster. De kruispanden en de kerkbeuk hadden een platte, eikenhouten zoldering. Het priesterkoor had een stenen tongewelf. De kerkbeuk bevatte een zestal kleine ramen. Gesproken wordt van een Romaanse bouwstijl.
Over de kerk wordt enkele malen wel geschreven in visitatierapporten. In 1606 is nog sprake van een in goede staat verkerend gebouw, maar in 1679 – vijf jaar ná de stormramp- spreken kerkenraadsleden hun zorgen uit over de staat van het gebouw. Dan valt ook de passage in het rapport op: "Mitsgaders tot het herbouwen van het dak of spitsjen op den toorn."
Van de situatie van de kerk na de storm zijn vele afbeeldingen bekend. In 1744 tekende Jan de Beijer (1703 -1780) de kerk op het Kerkveld en H. Spilman maakte er een kopergravure van. Daarop zien we de kerk met een stompe toren! De vraag werpt zich op of de kerk na de ramp van 1674 nog steeds zonder torenspits was en dat slechts sprake is geweest van een noodreparatie. Ook kan het zijn, dat na de stormramp een korte, afgestompte spits op de kerktoren is geplaatst.
No comments:
Post a Comment